My Machine (Brugproject 01/02/2011 - 30/09/2012)

Howest, Streekfonds WestVlaanderen en de Intercommunale Leiedal

Omschrijving
MyMachine is een initiatief van Howest, de hogeschool West-Vlaanderen, het Streekfonds WestVlaanderen en de Intercommunale Leiedal.

In het kader van MyMachine realiseren drie opleidingniveaus“Droommachines”. De betrokken partijen zijn (in volgorde) het lager onderwijs, het hoger onderwijs en het technisch secundair onderwijs.
 

Basisconcept

We vragen aan kinderen in lagere scholen welke machine ze zelf het liefst zouden willen bouwen (IDEE).
Deze ideeën worden verder uitgewerkt door ingenieursstudenten, designers en/of kunstenaars
(ONTWERP), om deze „machines‟ tenslotte door leerlingen uit het technisch secundair onderwijs te laten
bouwen (PRODUCT).
•Het concept “machine” is in deze context ruim te interpreteren: het kan gaan van een machine in de
letterlijke betekenis van het woord (vb: een machine die in staat is mijn boterham te smeren), tot een
speciaal soort zitmeubel, softwaretoepassing, een creatieve combinatie van bestaande technologieën, enz.
•De idee zelf primeert op de functionaliteit: het kan bijvoorbeeld gaan over een speciaal soort duikboot,
zonder dat het gemaakte prototype ook daadwerkelijk waterdicht hoeft te zijn (“Panamarenko-effect”).
Tijdens het hele proces kunnen alle onderwijsniveaus een beroep doen op de kennis, expertise en
materiële steun van verschillende bedrijven in de provincie West-Vlaanderen die nu al investeren in
MyMachine.


Doelstellingen

De „kinderlijke‟ fantasie gebruiken als basis van een totaaltraject met de volgende doelstellingen:
1. Het stimuleren van creatieve denkprocessen bij kinderen en studenten door:
• kinderen te tonen dat ideeën op zich heel belangrijk zijn en ook kunnen worden gerealiseerd
• (Ingenieurs)studenten te leren omgaan met „onmogelijke‟ opdrachten en hen stimuleren om 'outof-the-box‟ te denken;
2. Een educatief project uitbouwen gebaseerd op creativiteit en kruisbestuiving om kinderen al op
jonge leeftijd „goesting‟ te doen krijgen om zelf eigen ideeën uit te werken en te ondernemen;
3. Op lokaal en regionaal vlak actoren die actief zijn op het vlak van onderwijs, creativiteit, techniek,
technologie, kunst, innovatie en ondernemerschap mobiliseren en sensibiliseren met het oog op meer
kruisbestuiving;
4. Optimaal gebruik maken van de ervaring en kennis die aanwezig is in een bepaalde regio om
hefboomprojecten te realiseren.74


Locatie, datum, duur, deelnemers

Locatie : Vlaanderen.
Datum (of periode) : september 2008 – juni 2011.
Duur :
→ voorbereiding : januari – augustus 2008
→ uitvoering : september 2008 – juni 2011
→ afronding : juli – augustus 2011.


Aantal deelnemers :

* school- en academiejaar 2008-2009: meer dan 550 leerlingen en studenten uit 17 scholen (lager, hoger
en technisch secundair onderwijs) in de regio Kortrijk
* school- en academiejaar 2009-2010: meer dan 800 leerlingen en studenten uit 50 scholen (lager, hoger
en technisch secundair onderwijs) verspreid in de provincie West-Vlaanderen
* school-en academiejaar 2010-2011: meer dan 400 leerlingen en studenten uit 17 scholen (lager, hoger
en technisch secundair onderwijs) verspreid in de provincie West-Vlaanderen.

Pedagogisch doel en werkvorm

Fase 1: bedenken van droommachines
Hogeschoolstudenten Industrieel (product)ontwerpen (bachelor en master) en Lerarenopleiding stappen
naar de lagere school en begeleiden leerlingen er bij het bedenken, tekenen en omschrijven van hun
„droommachines‟.

Pedagogische vertaling: de betrokken leerkracht(en) van de lagere school is vooral een begeleider van dit
proces. De hogeschoolstudenten passen de kennis en vaardigheden aangereikt tijdens de module
„Creativiteitstechnieken‟ toe in de lagere schoolklas.


Fase 2: ontwerpen van droommachines
De ontwerpstudenten ontwerpen nu verschillende conceptuele MyMachines in de module “Ontwerp en
Prototyping” om te komen tot werkende ontwerpen en maquettes. In vervolgmodules zoals bv. “Technisch
Ontwerpen” wordt dit aangevuld met een functioneel prototype en bijhorend productiedossier.
Eind december is er de tentoonstelling „Work in progress‟ waarbij de leerlingen uit de lagere scholen op
bezoek komen in de hogeschool en feedback krijgen de ontwerpevolutie van „hun‟ machine.
Pedagogische vertaling: de studenten worden tijdens de module „Creativiteitstechnieken‟, „Ontwerp en
Prototyping‟ en de vervolgmodules begeleid door de betrokken docenten van Howest.
Tijdens de modules is er ook overleg met de betrokken technisch adviseurs, leerkrachten, … van het
technisch secundair onderwijs, zodat de ontwerpen voldoende zijn uitgewerkt om kwalitatief te kunnen
worden gerealiseerd in een technische secundaire school.
Doel: ontwerp hogeschoolstudenten afstemmen op de bouwheer: het technisch secundair onderwijs.


Fase 3: realiseren/bouwen van droommachines
Vanaf januari kunnen de leerlingen uit het technisch secundair onderwijs effectief starten met het
„realiseren‟ van de hun toevertrouwde MyMachines, vertrekkend van de ontwerpen, prototypes.en
gesprekken die hier al geruime tijd aan zijn voorafgegaan met de ontwerpstudenten.
In de periode april-mei worden de kinderen uit de lagere scholen uitgenodigd in de ateliers van de TSOscholen om te zien hoe hun basisidee verder wordt uitgewerkt tijdens de productiefase.
Pedagogische vertaling: de betrokken leerkrachten uit het technisch secundair onderwijs begeleiden hun
leerlingen tijdens de productiefase van de „machines‟. 

Contactpersoon: 
Aagje Beirens
Nog geen stemmen